|
Vrijdag 3 april 2026
om 19.30
Goede Vrijdag
Voorganger(s): Mw. Pastor Mathilde Meulensteen
Ouderling(en): Dhr. Henk Baas
Organist: Dhr. Danny de Feijter
Vanuit de stilte gaan we verder waar we op Witte Donderdag elkaar verlieten,
Stilte
V. Wat moet ik met jullie beginnen?
Kom laten wij teruggaan naar de Heer
is wat jullie zeggen, want Hij zal ons genezen, Hij zal ons redden.
Jullie liefde is als een ochtend-nevel, als een dauw die ‘s morgens vroeg verdwijnt. Liefde wil ik, geen offers.
Met God vertrouwd zijn is meer waard dan enig offer. (naar Hosea 6: 4-6)
Wat moet ik met jullie beginnen?
zanggroep zingt Antifoon met de eerste zin van 22A, daarna zingt de hele gemeente: Psalm 22: 1, 2,
zanggroep sluit af met antifoon.
Gebed
Lied: 558: 1,2, 6,7
Kruiswegstatie
kruisweglied op de melodie van lied 599
Kruisweg Lied:1: wij volgen Jezus laatste uur,
nu wordt gedoofd, jouw levensvuur.
Een kruis, dat bloeit, zwaar op jouw rug
veroordeeld, nee, geen weg terug.
Lezen Johannes 18: 1-11 met afbeelding 1. Gebonden
Jezus ging met zijn leerlingen naar de overkant van de Kidron. Daar liep Hij een tuin in, met zijn leerlingen.
Judas, die Hem zou uitleveren, kende deze plek ook, want Jezus was er vaak met zijn leerlingen samengekomen.
Judas ging ernaartoe, samen met de cohort soldaten en een aantal dienaren van de hogepriesters en de farizeeën. Ze waren gewapend en droegen fakkels en lantaarns. Jezus wist precies wat er met Hem zou gebeuren.
Hij liep naar hen toe en vroeg: ‘Wie zoeken jullie?’ Ze antwoordden: ‘Jezus van Nazaret.’ ‘Ik ben het,’ zei Jezus, terwijl Judas, die Hem kwam uitleveren, erbij stond. Toen Hij zei: ‘Ik ben het,’ deinsden ze achteruit en vielen op de grond.
Weer vroeg Jezus: ‘Wie zoeken jullie?’ en weer zeiden ze: ‘Jezus van Nazaret.’ ‘Ik heb jullie al gezegd: “Ik ben het," zei Jezus.
‘Als jullie Mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.’ Zo moest zijn uitspraak in vervulling gaan: ‘Geen van hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik verloren laten gaan.’ Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de knecht van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af;
Malchus heette die knecht. Maar Jezus zei tegen Petrus: ‘Steek je zwaard in de schede. Zou Ik de beker die de Vader Mij gegeven heeft niet drinken?’
Gedicht: Gebonden:
Boven op een berg onrecht,
stoot jij jouw hoofd tegen de dichte hemel,
gesloten.
adembenemend uitzicht verdwenen.
Benauwd aan handen en voeten gebonden,
haal jij jouw schouders op.
Niets meer aan te doen
geen weg terug
vonnis geveld,
jij zal dragen.
Lied 2 : Je gaat en kiest voor deze gang
en keert en keert de andere wang,
Geweld raakt niet, wat in je leeft,
Geloof en hoop, die vrede geeft.
Lezen: Johannes 18: 12-24 met afbeelding 2: Buigen
De soldaten met hun tribuun en de Joodse gerechtsdienaars grepen Jezus en boeiden Hem. Ze brachten Hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kajafas.
Kajafas was dat jaar hogepriester, en hij was het die de Joden had voorgehouden: ‘Het is goed dat één mens sterft voor het hele volk.’ Simon Petrus kwam met een andere leerling achter Jezus aan. Deze andere leerling kende de hogepriester en ging met Jezus het paleis van de hogepriester in, maar Petrus bleef buiten bij de poort staan.
Daarop kwam de andere leerling, de kennis van de hogepriester, weer naar buiten; hij sprak met de portierster en nam Petrus mee naar binnen. Het meisje sprak Petrus aan: ‘Ben jij soms ook een leerling van die man?’ ‘Nee, ik niet,’ zei hij.
De knechten en de gerechtsdienaars stonden zich te warmen bij een vuur dat ze hadden aangelegd omdat het koud was; ook Petrus ging zich erbij staan warmen.
De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer. Jezus zei: ‘Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb Ik iets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt u Mij? Vraag het toch aan de mensen die Mij gehoord hebben, zij weten wat Ik gezegd heb.’
Toen Jezus dat zei, gaf een van de dienaren die erbij stonden Hem een klap in het gezicht: ‘Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden?’ Jezus zei: ‘Als Ik iets verkeerds gezegd heb, zeg dan wat er verkeerd was, maar als het juist is wat Ik heb gezegd, waarom slaat u Me dan?’ Daarna stuurde Annas Hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester.
Gedicht: Buigen:
Jij trekt het naar jou toe
deze boom
met dorre takken.
het buigt voor
jou, mens.
Gelukkig mens,
bij dag en nacht
geleerd en geleefd
de woorden
van de Eeuwige.
Gelukkig mens,
een boom gelijk
aan waterbronnen
geworteld
doordrenkt van recht
en zie
het kruis bloeit
met bladeren van hoop.
Lezen: Johannes 18: 25- 27 met afbeelding 3: Struikelen
Simon Petrus stond zich intussen nog steeds te warmen. ‘Ben jij soms ook een leerling van Hem?’ vroegen ze. ‘Nee,’ ontkende Petrus, ‘ik niet.’ Maar een van de knechten van de hogepriester, een familielid van de man van wie Petrus het oor had afgeslagen, zei: ‘Maar ik heb toch gezien dat je in die tuin bij Hem was?’ Weer ontkende Petrus, en meteen kraaide er een haan.
Lied : Het onrecht sleep je met je mee,
te veel voor maar een mens alleen.
Je struikelt, valt en zoekt naar kracht
om op te staan, tegen de nacht.
Lezen Johannes 18: 28- 19: 1 met afb. 4 Moeders en kinderen
Jezus werd van Kajafas naar het pretorium gebracht. Het was nog vroeg in de morgen. Zelf gingen ze niet naar binnen, anders zouden ze zich verontreinigen en niet aan het pesachmaal kunnen deelnemen. Daarom kwam Pilatus naar buiten.
‘Waarvan beschuldigt u deze man?’ vroeg hij. Ze antwoordden: ‘Als Hij geen misdaden had gepleegd, zouden we Hem niet aan u uitgeleverd hebben.’ Pilatus zei: ‘Neem Hem dan mee, en veroordeel Hem volgens uw eigen wet.’
Maar de Joden wierpen tegen: ‘Wij hebben het recht niet om iemand ter dood te brengen.’ Zo moest de uitspraak van Jezus in vervulling gaan waarin Hij aanduidde welke dood Hij zou sterven.
Pilatus ging het pretorium weer in. Hij liet Jezus bij zich komen en vroeg Hem: ‘Bent U de koning van de Joden?’ Jezus antwoordde: ‘Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over Mij gezegd?’ ‘Ik ben toch geen Jood,’ antwoordde Pilatus. ‘Uw volk en uw hogepriesters hebben U aan mij uitgeleverd – wat hebt U gedaan?’ Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld.
Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat Ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’
Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’ ‘U zegt dat Ik koning ben,’ zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat Ik zeg.’ Hierop zei Pilatus: ‘Maar wat is waarheid?’
Na deze woorden ging hij weer naar de Joden buiten. ‘Ik heb geen schuld in Hem gevonden,’ zei hij. ‘Maar het is bij u gebruikelijk dat ik met Pesach iemand vrijlaat – wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?’ Toen begon iedereen te schreeuwen: ‘Hem niet, maar Barabbas!’ Barabbas was een misdadiger. Toen liet Pilatus Jezus geselen.
Gedicht: Moeders en kinderen
Wij kennen haar wel,
dappere moeders
zij zwaaien ze uit
op missie.,
haar kinderen.
Ga maar,
jouw weg.
Zij verbergen haar tranen van doodsangst
het is tijd, zeggen ze,
sta op,
ga,
jouw weg
Zij pakt jouw arm.
Voel deze boom,
jouw kruis,
jouw weg,
Ga
Lied : Soms ziet een mens jouw grote pijn,
verlangt om dicht bij jou te zijn,
verlichten met een klein gebaar,
het kruis dat drukt, die last zo zwaar
Lezen Johannes 19: 2 - 16A met afbeelding 6 Uitstrekken
De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en deden Hem een purperen mantel aan. Ze liepen naar Hem toe en zeiden: ‘Gegroet, koning van de Joden!’, en ze sloegen Hem in het gezicht.
Pilatus ging weer naar buiten en zei: ‘Ik zal Hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.’ Daarop kwam Jezus naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan. ‘Hier is Hij, die mens,’ zei Pilatus.
Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars Hem zagen begonnen ze te schreeuwen: ‘Kruisig Hem, kruisig Hem!’ Toen zei Pilatus: ‘Neem Hem dan mee en kruisig Hem zelf, want ik zie niet waaraan Hij schuldig is.’
De Joden zeiden: ‘Wij hebben een wet die zegt dat Hij moet sterven, omdat Hij zich de Zoon van God heeft genoemd.’ Toen Pilatus dit hoorde, schrok hij hevig. Hij ging het pretorium weer in en vroeg aan Jezus: ‘Waar komt U vandaan?’ Maar Jezus gaf geen antwoord. ‘Waarom zegt U niets tegen mij?’ vroeg Pilatus. ‘Weet U dan niet dat ik de macht heb om U vrij te laten of U te kruisigen?’
Jezus antwoordde: ‘De enige macht die u over Mij hebt, is u van boven gegeven. Daarom draagt degene die Mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.’ Vanaf dat moment wilde Pilatus Hem vrijlaten.
Maar de Joden riepen: ‘Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer.’ Toen Pilatus dit hoorde, liet hij Jezus naar buiten brengen. Zelf nam hij plaats op de rechterstoel op het zogeheten Mozaïekterras, in het Hebreeuws Gabbata.
Het was rond het middaguur op de voorbereidingsdag van Pesach. Pilatus zei tegen de Joden: ‘Hier is Hij, uw koning.’
Meteen schreeuwden ze: ‘Weg met Hem, weg met Hem, aan het kruis met Hem!’ Pilatus vroeg: ‘Moet ik uw koning kruisigen?’ Maar de hogepriesters antwoordden: ‘Wij hebben geen andere koning dan de keizer!’ Toen droeg Pilatus Hem aan hen over om Hem te laten kruisigen.
Gedicht: Uitstrekken
Aan de kantlijn
trekt het leed aan mij voorbij,
dagelijkse beelden
van kermende zielen
zie het,
hoor het,
ruik het
niet.
Onbewogen blij ik staan, tot het zich
verzet in mij.
Niet langer zo
deze kille afstand
tussen kruisdrager
en mij.
Stap uit de rij.
strek mij naar hem uit
- onhandig gebaar met doek -
Soms ziet een mens jouw grote pijn,
verlangt om dicht bij jou te zijn,
verlichten met een klein gebaar,
het kruis dat drukt, die last zo zwaar
(geen schriftlezing maar wel: )
Lezen gedicht Vallen en plaatje 7 vallen.
Jij valt.
Jij bent gevallen
daar tussen
het weten hoe
niets en niemand
dit nog stoppen kan
Er is te veel gewicht
aan leven dat mee valt.
Zwaar, zwaarder, zwaarst.
Wie één mens redt,
redt, de hele mensheid.
Zwaar, zwaarder, zwaarst.
Vanaf het begin
vermoedde jij
deze afloop.
Redder lijdt
gezichtsverlies.
Lezen Johannes 18: 16B- 17 met afbeelding 9
Jezus werd weggevoerd; Hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota.
Lied: langs de Via Dolorosa (solo) (afbeelding 9 mag in beeld blijven staan)
Lezen Johannes 18: 18- 27 met afbeelding 8. Messias
Daar kruisigden ze Hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op: ‘Jezus van Nazaret, koning van de Joden’. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen.
De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus.
Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’
Zo moest in vervulling gaan wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden.
Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder en haar zus, en Maria, de vrouw van Klopas, en Maria van Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie Hij veel hield, zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.
Lezen Johannes 18: 28 met afbeelding 12
Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei Hij: ‘Ik heb dorst.’
gedicht: Verzet en overgave
Laatste daad van verzet
jouw ogen
verwijtend naar de hemel
je klaagt het aan
dit lijden, zinloos
hol
kil
ijl
elke letter te veel
alleen jouw blik
vol van woede
God mijn God,
waarom verlaat Jij mij?
Iets weerklinkt
van de Laatste
die jou ziet.
Jij zucht.
Overgave
In Jouw handen
beveel ik mijn geest.
Lied: Geen lijdzaam lijden is jouw weg,
maar teken van een laatst verzet,
tegen wat onrecht is en doet
Jij geeft je over aan de dood.
Lezen Johannes 19: 29-30
Er stond daar een vat water met azijn; ze doopten er een spons in en brachten die, gestoken op een majoraantak, naar zijn mond. Nadat Jezus ervan gedronken had zei Hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.
Kaars wordt uitgeblazen , deel van de lampen uit
en stilte
Lezen Johannes 19: 31 - 42 afbeelding 14 In paradisium
Het was voorbereidingsdag, en de Joden wilden voorkomen dat de lichamen op sabbat, en nog wel een bijzondere sabbat, aan het kruis zouden blijven hangen. Daarom vroegen ze Pilatus of de benen van de gekruisigden gebroken mochten worden en of ze de lichamen mochten meenemen.
Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander. Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat Hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit.
Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft.
Dit gebeurde omdat de Schrift in vervulling moest gaan: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’ Een andere schrifttekst zegt: ‘Ze zullen hun blik richten op Hem die ze hebben doorstoken.’
Na deze gebeurtenissen vroeg Josef van Arimatea – die een leerling van Jezus was, maar uit angst voor de Joden in het geheim – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen.
Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee. Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis.
Bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een tuin, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin.
De liefde heeft het laatste woord
in onze harten leef jij voort,
als hoop dat eens gebroken wordt
de nacht, zodat het morgen wordt.
Rust nu, jij lieve dode mens,
gedragen door God en gekend,
die ziet jou in zijn glanzend licht
van aangezicht tot aangezicht
Stilte
Beklag Gods gezongen door zanggroep en gemeente met lied 585.
Het beklag Gods is een aanklacht van God tegen wat wij mensen van de schepping maken. Indringende vragen die je niet loslaten.
In de kerk delen we kopieën uit van het liedboek. Daar staat een onderverdeling wie wat zingt.deze onderverdeling valt op de beamer weg. Mijn voorstel: voor de mensen thuis gewoon de tekst van dit lied zoals deze aangeleverd wordt via dat beamer programma. Dit in de kerk dan niet laten zien, in de kerk pakken we de kopieen (waar ik ook iets in aangepast heb!)
Gebeden
Kanselkleden weg, stola af onder voorspel lied / iets wat verstilt
Lied: 590:1,2,3,4
In stilte verlaten we de kerk
|